Drones worden gebruikt voor filmproducties, vastgoed, evenementen en inspecties. Wie opstijgt, moet vooraf bepalen binnen welke categorie de vlucht valt en welke nationale beperkingen op de locatie gelden.
De basis bestaat uit Europese regels, aangevuld met Nederlandse geografische zones en operationele voorschriften. Deze gids vat de belangrijkste punten samen, maar is geen juridisch advies. Controleer vóór iedere vlucht de actuele informatie bij Rijksoverheid, ILT, RDW en de officiële dronekaart.
01 — Risico bepaalt de categorie
Open, Specifiek en Gecertificeerd
De regelgeving deelt dronevluchten in op basis van risico. Voor de meeste vluchten met een laag risico geldt de Open categorie. Valt de operatie buiten de grenzen van Open, dan komt de Specifieke categorie in beeld en is toestemming of een passende verklaring nodig.
- OpenLaag risico en geen voorafgaande operationele toestemming, mits je aan alle voorwaarden voldoet.
- SpecifiekGemiddeld risico; een exploitatievergunning, LUC of verklaring voor een standaardscenario kan nodig zijn.
- GecertificeerdHoog risico, bedoeld voor operaties die qua risico dichter bij bemande luchtvaart liggen.
- Geografische zoneKan een vlucht aanvullend beperken of verbieden, ongeacht de algemene categorie.
De Open categorie bestaat uit A1, A2 en A3. Het Cx-label, gewicht en de afstand tot niet-betrokken personen bepalen waar je mag vliegen en welk bewijs nodig is. Gebruik de Wegwijzer Drones van ILT voor je situatie.
02 — Exploitant en piloot
Registratie, exploitantnummer en vliegbewijs
De eigenaar of exploitant moet zich bij de RDW registreren wanneer de drone een camera heeft of 250 gram of zwaarder is. Uitzonderingen gelden onder meer voor een drone onder 250 gram zonder camera en voor bepaalde speelgoeddrone’s onder 250 gram.
Na registratie ontvang je een exploitantnummer. Het voorgeschreven deel daarvan moet zichtbaar op de drone worden aangebracht en, wanneer de drone deze functie heeft, in het Remote ID-systeem worden ingevoerd.
- Controleer registratieplicht
Kijk naar camera, gewicht, eigendom en de speelgoedstatus van het toestel.
- Vraag een exploitantnummer aan
Dit gebeurt in Nederland bij de RDW; één nummer kan voor meerdere drones van dezelfde exploitant gelden.
- Bepaal welk vliegbewijs nodig is
Afhankelijk van drone en subcategorie kan A1/A3 en aanvullend A2 nodig zijn.
- Controleer geldigheid
Zorg dat registratie, vliegbewijs en eventuele vergunning geldig en tijdens de operatie beschikbaar zijn.
Bekijk de actuele voorwaarden voor het exploitantnummer bij de RDW.
03 — Open categorie
De belangrijkste basisregels
Binnen de Open categorie gelden algemene operationele grenzen. Daarnaast kunnen subcategorie, Cx-label en locatie extra eisen stellen.
- Maximaal 120 meterVlieg niet hoger dan 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak.
- VLOSHoud de drone binnen direct visueel zicht, tenzij een toegestane uitzondering van toepassing is.
- Geen gevaarlijke stoffenVervoer geen gevaarlijke goederen en laat geen materiaal vallen.
- Niet boven bijeenkomstenVliegen boven een bijeenkomst van mensen is binnen Open niet toegestaan.
- Nederlandse daglichtbeperkingIn Nederland geldt binnen Open de Uniform Daylight Period: van 15 minuten vóór zonsopkomst tot 15 minuten na zonsondergang.
- Veiligheid eerstStop de vlucht zodra ander luchtverkeer, mensen, dieren of eigendommen gevaar lopen.
04 — Locatie en luchtruim
Waar mag je met een drone vliegen?
Controleer voor iedere vlucht de actuele Nederlandse dronekaart. Rond luchthavens, helikopterplatforms, militaire terreinen, overheidsgebouwen, spoorlijnen, hoofdwegen, vitale infrastructuur en natuurgebieden kunnen verboden of beperkingen gelden.
Tijdelijke zones kunnen ontstaan door evenementen, noodhulp, beveiligingssituaties of andere luchtvaartactiviteiten. Een eerder toegestane locatie is daarom niet automatisch op een latere datum opnieuw beschikbaar.
- Controleer de officiële kaart
Bekijk de geografische zone, voorwaarden en geldigheidsperiode kort vóór de vlucht.
- Inspecteer de locatie
Let op mensen, obstakels, kabels, kranen, dieren en laagvliegend verkeer die niet volledig op een kaart staan.
- Controleer lokale toestemming
Toestemming van grondeigenaar of beheerder kan naast luchtvaartregels nodig zijn.
- Plan een alternatief
Weer, tijdelijke restricties of drukte kunnen uitstel of een andere opstijglocatie noodzakelijk maken.
Raadpleeg de actuele GoDrone-kaart en de uitleg van de Rijksoverheid over dronezones.
05 — Eisen aan het toestel
Cx-labels en Remote ID
Cx-labels lopen van C0 tot en met C6 en koppelen technische eigenschappen van een drone aan operationele mogelijkheden. C0 tot en met C4 spelen een rol in de Open categorie; C5 en C6 zijn gekoppeld aan Europese standaardscenario’s in de Specifieke categorie.
Voor Remote ID geldt in de Open categorie een uitzondering voor C0 en C4. Drones met onder meer C1, C2 en C3 hebben een direct Remote ID-systeem. Ook operaties in de Specifieke categorie kennen Remote ID-eisen.
Een oudere drone zonder Cx-label kan vanaf 2024 binnen Open alleen onder de voorwaarden van A1 vallen wanneer hij onder 250 gram blijft, of onder A3 wanneer hij minder dan 25 kilogram weegt. Controleer de details bij Rijksoverheid en EASA.
06 — Voorbereiding en verantwoordelijkheid
Wanneer schakel je een professionele dronepiloot in?
Een professionele operatie vraagt meer dan stuurvaardigheid. De exploitant en piloot beoordelen categorie, luchtruim, omgeving, weer, privacy, noodprocedures en eventuele toestemming. Bij een vlucht buiten Open kan bovendien een operationele vergunning of STS-verklaring nodig zijn.
- Complexe locatieStedelijk gebied, infrastructuur, gecontroleerd luchtruim of veel niet-betrokken personen.
- Commerciële productiePlanning, continuïteit, verzekering en veilig samenwerken met crew en opdrachtgever.
- Specifieke categorieOperatie buiten Open waarvoor een vergunning, LUC of STS-route nodig is.
- Hoog afbreukrisicoEen gemiste draaidag, overtreding of incident heeft grote gevolgen voor het project.
Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering drone-activiteiten en de geplande operatie dekt. De piloot of exploitant blijft verantwoordelijk voor een veilige vlucht en mogelijke schade.
Checklist vóór vertrek
Controleer regels en locatie bij iedere vlucht opnieuw
Bepaal eerst de categorie en subcategorie. Controleer daarna registratie, vliegbewijs, toestelvereisten, Remote ID, geografische zones, daglicht, weer en omstandigheden ter plaatse.
Regels en tijdelijke beperkingen kunnen veranderen. Gebruik daarom altijd de actuele officiële bronnen en schakel bij twijfel ILT of een gekwalificeerde droneprofessional in.